Sinds 1996 op De Neude in Utrecht.

Fier kijken ze uit over de Neude: de drie lichtrode, aaneengeschakelde panden van De Beurs. De Beurs is hier al 22 jaar gevestigd, en is na de grote verbouwing in 2017 mooier dan ooit. De geschiedenis van de gebouwen gaat echter veel verder terug. Reden genoeg voor een reis terug in de tijd – tot aan het begin van de Gouden Eeuw.

De geschiedenis van het pand

Het is 1624 als de naam ‘’t Glindt’ voor het eerst, voorzover we weten, wordt bijgeschreven in een gemeenteregister. Het pand ligt op de hoek van de Neude en de Schoutenstraat en is woonhuis en kantoor in één, zoals in die tijd gewoonlijk is. Achterin ligt de woon- en slaapkamer van de familie en de keuken, voorin een kamer om gasten en zakenlieden te ontvangen en het ‘comptoir’, werkkamertje, van de heer des huizes. De naam ‘glindt’ betekent zoveel als ‘hek’ of ‘omheining’ maar kan ook in duiden op datgene waar het hek omheen staat: een tuin of hofje dus. In het rumoerige, en zeker aan de Neude niet zo schone Utrecht van de Gouden Eeuw wenste de huiseigenaar blijkbaar een rustige plek te creëren.

’t Glindt

’t Glindt is dan misschien het oudste, de Zwarte Leeuw is met zijn puntige ‘tuitgevel’ het hoogste pand van de Beurs. Het huidige pand verving rond 1880 een veel ouder huis en werd gebouwd als pakhuis. In 1904 kwam het in bezit van de firma Lammerts van Bueren, die er hun succesvolle zeilmakerij uitbaatten. Op de zolders zijn de haken waarop zij hun zeilen spanden nog steeds te zien, terwijl de imposante laaddeuren op elke verdieping van buitenaf herinneren aan het handelsverleden van het pand. En ook niet onbelangrijk: de zeilmakerij is begonnen het gebouw in die iconische lichtrode kleur te verven!

Lammerts van Bueren – de firma bestaat overigens nog steeds – was een bekende naam in Utrecht, maar minder bekend is het verleden van het rechterpand aan de Neude. In dit huis, dat rond 1860 rondom een veel oudere kern werd gebouwd, bevond zich in 1890 de eerste telefooncentrale van de stad! De Nederlandsche Bell-Telephoon Maatschappij schakelde vanuit hier de gesprekken door die de 163 geabonneerde Utrechters met elkaar voerden. Binnen, in de kantoorruimtes van de huidige Beurs, is de fundering van de telegraafmast die op het dak stond nog te zien. Waar die van is gemaakt? Van die andere moderne 19e-eeuwse techniek natuurlijk: de mast stond op oude spoorbielzen.

Wie tegenwoordig de deuren van de Beurs instapt ziet op het eerste gezicht niet zo veel meer van al die geschiedenis. Een hypermoderne bar, een glazen vloer met uitzicht op de biertanks, een zwevende verdieping, en dat alles in één grote open ruimte… Maar als je goed kijkt zijn de oude details nog volop aanwezig. In het linkerpand (’t Glindt) vind je bijvoorbeeld nog een origineel moer- en kinderbalkenplafond, en achter de houten deur op de begane grond gaat een kelder vol eeuwenoude Utrechtse tegeltjes schuil. Hoewel de meeste wanden een update hebben gekregen met verlichting en details die gedurende de dag veranderen, is boven ook nog een kale, originele muur te zien.

Keukens aan de Schoutenstraat

De Beurs bestaat niet alleen uit de drie panden aan de Neude; ook aan de Schoutenstraat hoort er nog eentje bij, te herkennen aan de lichtrode kleur. De oudste delen van dit pand, dat nu plaats biedt aan de keukens van de Beurs, zijn zelfs nog middeleeuws – uit de tijd van de Dom dus. Nu wordt het eten er bereid, en door de open constructie kun je daarbij een oogje in het zeil houden. Boven bevindt zich nog een grote keuken en een enorme koelcel om al het eten in te bewaren. Smakelijk!

De verbouwing, door De Beurs zelf bedacht en ontworpen met hulp van architect Antoine Pruyn, is met zoveel mogelijk respect voor het oude gedaan. Dat is niet alleen te zien als je een oog voor geschiedenis hebt, maar vooral ook te voelen aan de authentieke, rustige sfeer die de zaak nu ademt. Nieuwsgierig? De deur staat altijd open voor een kopje koffie of een biertje – en daarbij kun je je zolang je wilt aan vier eeuwen geschiedenis vergapen!

Gevelsteen ‘t Glindt

Gevelsteen ‘t Glindt

Wát de eigenaar van ‘t Glindt precies voor zaken deed weten we niet, maar zijn nazaten waren succesvol: in 1747 werd de houten gevel vervangen door een stenen exemplaar. De gevel schoof meteen een stuk naar voren, tot de plek waar hij nu nog staat, compleet met de gevelsteen die oplettende Utrechters misschien wel eens hebben gezien.

Het avontuur van de Svart’Leeu

Het avontuur van de Svart’Leeu

Een gevelsteen is ook te vinden aan de buurman van ’t Glindt, ‘I’de svart’leeu’. ‘In de Zwarte Leeuw’ – want dat betekent de naam natuurlijk in goed oud-Utrechts – is nu een hoog, puntig pakhuis. De steen is echter veel ouder: hij is ooit besteld door Pauwels Janss. de Leeuw, die hier in de zeventiende eeuw een huis liet bouwen en het naar zijn familie vernoemde. Na eeuwen goede dienst werd De Leeuw’s huis vervangen door het huidige pand, en bij een verbouwing in 1904 raakte de steen zoek. Of beter gezegd: hij ging op avontuur. Ruim een eeuw later werd hij namelijk teruggevonden in een schouw in het historische fort Blauwkapel, ten noorden van de stad.

De ‘schuldige’? Scoutinggroep Charles de Foucauld. Zij vonden de gevelsteen in een slooppand in wijk C en namen hem mee naar een tijdelijke vestiging in Tuindorp. Vervolgens fuseerde groep met scouting Willem de Zwijger en verhuisde naar Blauwkapel. Nog steeds wist niemand waar die mooie steen vandaan kwam – totdat archeoloog Maarten van Deventer hem toevallig als gevelsteen herkende. Van het een kwam het ander: de originele gevelsteen is gerestaurereerd en door de Beurs teruggezet waar hij thuishoort, en de scoutinggroep is erg blij met de replica die ze hebben gekregen!